Nieuw pensioencontract

Het nieuwe pensioencontract is een belangrijk onderdeel van het gesloten pensioenakkoord en moet resulteren in een robuust en toekomstbestendig pensioen voor deelnemers.

Dat vergt een goede invulling van het premiebeleid, beleggingsbeleid, toerekening van beschermingsrendement en overrendement naar jong en oud en invulling van de solidariteitsreserve. Het nieuwe contract moet bovendien goed uitvoerbaar en uitlegbaar zijn en evenwichtig verdeeld over de generaties. Geen eenvoudige opgaven, wel van groot belang voor een waardevol pensioen voor miljoenen deelnemers. De overgang naar een premieregeling en de verschuiving van beleggingsrisico’s naar individuele deelnemers betekent een andere manier van zaken doen. De implementatie en transitie vragen dan ook om een tijdige en zorgvuldige voorbereiding en dat vergt komende jaren een grote inspanning van de sector. De implementatie van de nieuwe contracten, de transitie en de compensatie voor afschaffen van de doorsneesystematiek zijn bepalend voor het slagen van de vernieuwingen. Daarbij is ook duidelijke communicatie naar deelnemers over wat de transitie voor hen betekent van groot belang. We verwachten veel wetgeving waarin het nieuwe contract zijn beslag moet gaan krijgen. Daarbij zet de Pensioenfederatie in op een zo goed mogelijk wettelijk kader waar pensioenfondsen mee uit de voeten kunnen. In het bijzonder gaat de aandacht naar de FTK- regels in 2021-2025 en de regels voor invaren in 2026. Die regels bepalen immers hoe de collectieve pensioenpot wordt toebedeeld aan individuele deelnemers en in welke mate de verlagingen/verhogingen in de komende jaren dienen plaats te vinden. Uiteraard blijven we ook komende periode actief gebruik maken van deskundigen uit de achterban, maken we deel uit van de diverse werkverbanden en zorgen we voor afstemming met de leden en de sector als geheel. De Commissie Nieuw Pensioencontract en de daarbij behorende onderzoeksgroepen zullen ook in 2021 worden ingezet voor de inbreng van de Pensioenfederatie in het wetgevingstraject. Voor de invulling van het nieuwe contract bieden we onze leden ook een actief platform voor uitwisseling van kennis en ervaringen.


Financiële uitdagingen

We beleven roerige financiële tijden. Pensioenfondsen hebben weliswaar ruim 1500 miljard in kas. Maar de lage rente blijft aanhouden en de globale economie staat er door de Covid- 19 pandemie niet al te best voor. Pensioen opbouwen wordt daardoor steeds duurder en indexatie is al een tijd uit het zicht.

Voor 2021 zijn al maatregelen aangekondigd om pensioenverlagingen en premieverhogingen te beperken. Voor de jaren daarna is een houdbare oplossing (tot aan het nieuwe contract) in zicht. We blijven de financiële situatie van pensioenfondsen nauwlettend monitoren. Daarbij zetten we actief in op het verkrijgen van meerjarige duidelijkheid over wel/geen verlagingen. We denken daartoe mee voor oplossingen die ook daadwerkelijk bijdragen aan een gezondere financiële situatie van pensioenfondsen en van de sector. Uiteraard bieden we steeds een platform aan onze leden om oplossingsrichtingen met elkaar te bespreken, samen randvoorwaarden te bepalen en om te bezien wat nodig is om de communicatie over het tweede pijler pensioen te laten bijdragen aan het vertrouwen van deelnemers. Daarnaast ontwikkelt de Pensioenfederatie samen met pensioenfondsen communicatiebeleid en - middelen die komende periode kunnen worden benut richting deelnemers. Zo is eind 2020 de basisinformatie van MijnPensioenOverzicht beschikbaar gemaakt in een app om daarmee vanaf 2021 ook een jongere doelgroep te bereiken en te interesseren voor hun pensioen.


Nabestaandenpensioen

Zorg voor nabestaanden is een belangrijke waarde in het Nederlandse pensioenstelsel. Als een dierbare wegvalt willen pensioenfondsen aan nabestaanden een uitkering kunnen bieden die aansluit op hun behoeften en daarnaast inzichtelijk, uitvoerbaar en effectief is.

De Pensioenfederatie is positief over het voorstel van sociale partners om het nabestaandenpensioen te standaardiseren. Het voorstel sluit aan bij de ambitie van pensioenfondsen om de complexiteit van pensioenregelingen te verminderen. Voor deelnemers betekent het dat zij meer inzicht krijgen in de hoogte van hun dekking en dat problemen bij het wisselen van baan, scheiden of overlijden worden voorkomen. De Pensioenfederatie vindt het belangrijk om de kennis en expertise van de leden te blijven inzetten voor de uitwerking van het voorstel. Dat doen we gezamenlijk en actief in de onderzoeksgroep die daarvoor in het leven is geroepen. Dat doen we ook nadrukkelijk in samenhang met het nieuwe pensioencontract. Bij de uitwerking is aandacht voor de transitiefase naar het nieuwe contract. Daarnaast wordt ook gekeken naar de fiscale, juridische, uitvoeringstechnische en communicatieve aspecten.


Pensioenverdeling bij scheiding

In een moeilijke situatie als echtscheiding is pensioen van betekenis. Het pensioen is vaak na het huis het grootste vermogen dat moet worden verdeeld. De evaluatie van de Wet verdeling pensioen bij scheiding (WVPS) leidt tot een aanpassing van het bestaande systeem.

Waar partners op pensioengebied ook na scheiding afhankelijk van elkaar zijn, verandert dat naar een eigen aanspraak op een deel van het pensioen dat tijdens de huwelijkse periode is opgebouwd. De verdeling wordt standaard automatisch 50/50 verdeeld als er geen andere verdeling tussen de ex-partners is afgesproken en vastgelegd. Het is belangrijk dat de deelnemer zich daarvan bewust is, zodat tijdig actie ondernomen kan worden als dat gewenst is. De Pensioenfederatie zoekt in 2021 contact met koepels van mediators en advocaten om in overleg met hen tot een duidelijk convenant te komen waarin de door scheidende partners gemaakte afspraken goed kunnen worden vastgelegd. De Pensioenfederatie publiceert voor pensioenfondsen begin 2021 onder meer een servicedocument dat bijdraagt aan implementatie van de Wet verdeling pensioen bij scheiding. In samenwerking met het Verbond van Verzekeraars worden communicatiemiddelen ontwikkeld die deelnemers activeren om de gemaakte afspraken over verdeling van pensioen bij scheiding aan te leveren bij de pensioenuitvoerder.


Zorgambitie

Zowel in de vormgeving van de nieuwe pensioenregeling door sociale partners als in de uitvoering en communicatie door pensioenfondsen, speelt de deelnemer straks een grotere rol. Sociale partners kunnen de behoeften van deelnemers nadrukkelijk laten meewegen bij de keuze voor de premieregeling, of dat nu het nieuwe contract of de verbeterde premieregeling is. Voor pensioenfondsen verandert de zorg voor de deelnemer.

De deelnemer wordt in de premieregelingen ook meer risicodragend en dat geeft een grotere verantwoordelijkheid in de opbouw van het eigen pensioenvermogen. Dat vraagt van pensioenfondsen dat zij zorgen voor aansluiting op persoonlijke behoeften en op het financiële levensloopplaatje. De regeling bevat ook diverse keuzemogelijkheden zoals een hoger pensioen in de beginjaren gevolgd door een lager pensioen, en deeltijdpensioen. Met het pensioenakkoord is de mogelijkheid van een eenmalige uitkering (opname van een bedrag ineens) toegevoegd. Deelnemers krijgen zo steeds meer keuzes, maar dat maakt het voor hen ook belangrijker om alle gevolgen van keuzes goed te overzien. Dat raakt niet alleen aan pensioen, maar, zoals bij de opname van een bedrag ineens, ook aan belastingen en het recht op toeslagen. Pensioenfondsen voelen de urgentie om deelnemers in hun veranderende rol te begeleiden en adviseren over keuzemogelijkheden en risico’s. De Pensioenfederatie werkt in 2021 samen met de leden aan het ontwikkelen van een beleidskader (open norm) voor pensioenfondsen dat hen in staat stelt om de zorgambitie passend vorm te geven en te kunnen uitvoeren. Daarnaast brengen we in kaart welke verantwoordelijkheden zijn belegd bij de deelnemer, de werkgevers, sociale partners en pensioenfondsen. Dat draagt bij aan heldere communicatie en verwachtingen. Daarnaast werken we onder meer door een actieve uitwisseling van ervaringen met klachtenmanagement, aan het verder versterken van de klantgerichtheid en dienstverlening van de sector.


Eenmalige uitkering

Vanaf 2022 krijgen deelnemers de mogelijkheid om op pensioendatum maximaal 10 procent van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen. Deze eenmalige uitkering bij pensionering kan in verschillende behoeften voorzien zoals de aflossing van een hypotheek, een schenking aan kinderen voor de aankoop van een eigen woning of aan woningaanpassingen.

Het uitgangspunt van de Pensioenfederatie is daarbij dat er ook na de eenmalige uitkering voldoende (levenslang) pensioen moet overblijven. Daarnaast dient de eenmalige uitkering geen nadelige impact te hebben bij het toekennen van toeslagen waar mensen van afhankelijk zijn. En ook voor mensen met een AOW-overbrugging dient de eenmalige uitkering op de pensioendatum toegankelijk te zijn. De wet die het opnemen van een bedrag ineens mogelijk maakt, treedt naar verwachting in 2022 in werking. Voor deelnemers is dan van groot belang dat zij de financiële gevolgen van hun keuze inzichtelijk krijgen gemaakt. Dat vraagt niet alleen zorg van pensioenfondsen, maar ook van andere instanties zoals de Belastingdienst, SVB en gemeenten. De Pensioenfederatie zal met het ministerie van SZW in gesprek gaan over zowel een uitvoerbare als een op de deelnemer afgestemde weergave van de indicatieve gevolgen van het bedrag ineens.


Pensioen voor alle werkenden

De Nederlandse arbeidsmarkt verandert en daarbij zien we een groeiende groep van inmiddels meer dan een miljoen zelfstandigen zonder personeel, die geen of onvoldoende pensioen opbouwen. Dat heeft inkomensrisico’s voor zzp’ers op latere leeftijd en kan leiden tot een onhoudbaar groot beroep op collectieve voorzieningen. Bovendien is een groeiende groep werkenden búiten de tweede pijler een risico voor het collectiviteitsgehalte bínnen de tweede pijler.

Met name pensioenfondsen in sectoren met veel zzp’ers zien risico’s voor het toekomstige draagvlak en een mogelijke ‘race to the bottom’ op de arbeidsvoorwaarde pensioen. De Pensioenfederatie is dan ook voorstander van een tweede pijler pensioen voor alle werkenden. Vanuit dat standpunt en aansluitend bij het nieuwe contract met een meer individuele opbouw van pensioenvermogen, zien wij mogelijkheden voor een regeling voor zzp’ers binnen de tweede pijler. Een aantal pensioenfondsen in sectoren met veel zzp’ers heeft aangegeven te willen experimenteren met vrijwillige opt out dan wel opt in regeling. Daartoe zijn met zzp-vertegenwoordigers en andere stakeholders voorstellen uitgewerkt. Om experimenteerruimte voor pensioenfondsen mogelijk te maken, werkt het ministerie van SZW samen met onder meer de Pensioenfederatie en de betrokken pensioenfondsen aan de benodigde experimenteerwetgeving. Deze wetgeving wordt in 2022 verwacht.