3.3.1 Nieuw pensioencontract

In juni 2019 hebben kabinet en sociale partners het pensioenakkoord gesloten. Een akkoord dat een aantal belangrijke veranderingen zal brengen in het huidige pensioenstelsel. Het ontwikkelen van een nieuw pensioencontract is daar een belangrijk onderdeel van. Het moet de uitdagingen adresseren van het huidige pensioencontract en tevens toekomstbestendig zijn. Geen eenvoudige opgave, wel een van groot belang voor een waardevol pensioen voor miljoenen deelnemers.

Een belangrijk deel van de uitwerking vindt in 2020 plaats onder regie van een stuurgroep die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het leven is geroepen. De Pensioenfederatie vertegenwoordigt de pensioenfondsen door als adviseur deel te nemen aan deze stuurgroep. De Pensioenfederatie is, met de aangesloten pensioenfondsen, een belangrijke leverancier van kennis die voor de wetgever van groot belang is bij de uitwerking van de twee nieuwe pensioencontracten. Dat geldt ook voor de transitie van het huidige contract naar het nieuwe. Het afschaffen van de doorsneesystematiek is een belangrijk onderdeel van die transitie.


Voor de Pensioenfederatie is het van groot belang dat de uitwerking van het pensioenakkoord een oplossing biedt voor de huidige knelpunten. Daarnaast moeten de contracten uitvoerbaar zijn voor pensioenfondsen en tegen redelijke kosten, waarbij de verplichtstelling gehandhaafd kan blijven. Daarnaast dient de implementatie van de nieuwe contracten en de transitie zorgvuldig uitgevoerd te kunnen worden. Daarbij is ook van belang dat wordt voorzien in duidelijke communicatie naar deelnemers over de transitie naar het nieuwe contract. Het roept bij deelnemers immers veel vragen op wat het voor hen allemaal gaat betekenen.

De Pensioenfederatie is en blijft actief betrokken bij de uitwerking van het pensioencontract en maakt daartoe met gebruikmaking van deskundigen uit de achterban deel uit van diverse werkverbanden, de voorbereidingsgroep en de stuurgroep. Het bureau van de Pensioenfederatie coördineert de standpunten en analyses die door de leden worden ingebracht en zorgt voor afstemming met de sector als geheel.


3.3.2 Financiële uitdagingen

De pensioensector bevindt zich in roerige financiële tijden. De beleggingsrendementen zijn weliswaar goed en de pensioenfondsen hebben nog nooit zoveel pensioengeld in kas gehad, maar tegelijkertijd moet toch het hoofd worden geboden aan grote financiële uitdagingen.

We zien dreigende verlagingen van de pensioenopbouw, stijgende premies, een aanhoudend lage marktrente en mede op basis daarvan nieuwe parameters die op papier de financiële situatie van pensioenfondsen verder verslechteren. Die financiële druk op de pensioenen vraagt om oplossingen, temeer omdat steeds meer deelnemers het vertrouwen in het tweede pijler pensioen dreigen te verliezen.


Ook het afschaffen van de doorsneesystematiek zal extra financiële druk leggen op pensioenfondsen. Bij de overgang naar een nieuw pensioencontract zal een grote groep deelnemers van boven de veertig gecompenseerd moeten worden voor het verlies aan pensioenopbouw dat bij hen ontstaat. Het is de vraag of pensioenfondsen voldoende middelen tot hun beschikking hebben om volledig zelfstandig en zonder nadere financiële gevolgen in die compensatie te kunnen voorzien. Immers, bij pensioenfondsen waar de dekkingsgraden nu al te laag zijn zal een compensatie uit eigen kas geen realistische optie zijn.


Al deze ontwikkelingen afzonderlijk en vooral ook gezamenlijk drukken financieel zwaar op de pensioenfondsen. Zij raken rechtstreeks aan de waarde van het pensioen en daarmee ook aan het vertrouwen van deelnemers dat zij straks nog een adequaat pensioen tegemoet kunnen zien. Dit alles noodzaakt de pensioensector tot een grondige herijking van de randvoorwaarden voor een financieel gezonde sector en voor het kunnen realiseren van een waardevol pensioen voor deelnemers. Wat is nodig? Waar moet rekening mee worden gehouden bij het vinden van oplossingen om alle uitdagingen effectief het hoofd te bieden? Hoe gaan we dat inregelen voor de korte en de langere termijn? Dat alles vraagt om een integrale benadering maar ook om maatwerk, met een scherp oog voor de verschillen tussen pensioenfondsen. Beide kunnen niet los van elkaar worden gezien en de juiste balans daartussen is gedurende het hele proces cruciaal voor het slagen van de transitie naar een nieuw pensioencontract.


De Pensioenfederatie zal in 2020 samen met haar leden nauwlettend monitoren hoe de sector er financieel voor staat, wat de consequenties van oplossingsrichtingen op korte en lange termijn zullen zijn, hoe oplossingen zich integraal tot elkaar verhouden en wat daarvan de weerslag is op het pensioencontract. Ook zullen we steeds toetsen of bestuurlijke keuzes ook daadwerkelijk bijdragen aan een gezondere financiële situatie van pensioenfondsen en van de sector. Uiteraard bieden we steeds een platform aan onze leden om oplossingsrichtingen met elkaar te bespreken, samen randvoorwaarden te bepalen en om te bezien wat nodig is om de communicatie over het tweede pijler pensioen te laten bijdragen aan het vertrouwen van deelnemers.


Compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek

In het pensioenakkoord is vastgelegd dat de doorsneesystematiek wordt afgeschaft en dat in de toekomst een leeftijdsonafhankelijke premie de basis vormt voor de pensioenopbouw. Alle contracten krijgen het karakter van een premieregeling. Daarnaast is vastgelegd dat er sprake zal zijn van een vorm van compensatie voor de deelnemers die als gevolg van de afschaffing van de doorsneesystematiek minder pensioen gaan opbouwen dan waar ze nu rekening mee houden. De afschaffing van de doorsneesystematiek moet een eerlijker pensioenopbouw opleveren voor de verschillende generaties. Dat streven is ambitieus en vergt dat er geen geluks- en pechgeneraties mogen ontstaan. De wijze waarop de compensatie wordt ingericht heeft grote consequenties voor pensioenfondsen. Dit geldt zowel voor de manier waarop de compensatie wordt gefinancierd als voor de praktische uitvoering.


Daarom is het van groot belang dat de Pensioenfederatie en haar leden nauw betrokken zijn bij de uitwerking van deze plannen. Dat betekent met name dat er ruimte voor maatwerk moet komen voor pensioenfondsbesturen om een evenwichtige compensatie mogelijk te maken. De Pensioenfederatie zet erop in dat we helder voor ogen krijgen en houden wat voor maatwerk precies nodig is, dat de compensatieregeling goed uitvoerbaar is tegen redelijke kosten en dat een lange compensatietermijn niet wenselijk is.


3.3.3 Maatschappelijk verantwoord en duurzaam

Een waardevol pensioen nu en in de toekomst is ook maatschappelijk verantwoord en duuzaam. We zien steeds meer deelnemers voor wie dat bij het opbouwen van pensioen belangrijk is en niet willen dat hun pensioenopbouw schade toebrengt aan samenleving en milieu. Pensioenfondsen onderkennen dat en dragen in hun beleggingsbeleid steeds meer op verantwoorde en duurzame wijze hun steentje bij. Zij doen dat op een wijze die past bij het fonds en bij de eigen deelnemers.

Zo komt verantwoord beleggingsbeleid niet alleen voort uit risicomanagement maar ook uit de wens om met het beleggingsbeleid negatieve impact van beleggingen te vermijden en zo mogelijk een positieve bijdrage te leveren aan de uitdagingen waar we in de wereld voor staan.


Commitment aan het Klimaatakkoord

De financiële sector (banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders) hebben in 2019 een commitment aan het Nederlandse Klimaatakkoord afgegeven. Het commitment is o.a. ondertekend door 9 pensioenfondsen en de Pensioenfederatie. De Pensioenfederatie zal samen met de andere financiële koepels en de ministeries van Financiën en Economische Zaken en Klimaat uitwerken hoe de borging van het commitment geregeld wordt, en blijft hierover in nauw contact met de betrokken pensioenfondsen. Ook is de Pensioenfederatie betrokken bij de selectie en begeleiding van een externe deskundige die de voortgangsrapportage van de financiële sector zal opstellen. In het najaar van 2020 zal de Pensioenfederatie organisator zijn van de vierde werkconferentie van de financiële sector. Deze werkconferentie vloeit voort uit de afspraken in het commitment en biedt gelegenheid aan alle partijen om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren.


IMVB-Convenant

Het IMVB-convenant gaat zijn tweede jaar in. Pensioenfondsen die het convenant hebben ondertekend, hebben zich gecommitteerd aan de implementatie van de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en van de Verenigde Naties (UNGP’s) in hun beleggingsbeleid, in de uitbesteding aan externe dienstverleners en in de monitoring en de rapportage van de pensioenfondsen daarover. Zij willen daarmee negatieve effecten van een onderneming (of de keten erachter) in kaart brengen, prioriteren en adresseren.


Om pensioenfondsen te ondersteunen bij de implementatie van dit ‘Brede Spoor’ is binnen het convenant een instrumentarium ontwikkeld met daarin handvatten in de vorm van voorbeeldteksten voor beleid en uitbesteding, voorbeelden en tips over monitoring en rapportage en verdiepende informatie over diverse relevante onderwerpen. Het instrumentarium is eind 2019 opgeleverd en wordt in de komende jaren geëvalueerd en waar nodig aangevuld. Good practices over het betrekken van deelnemers bij het IMVB-convenant zullen worden gedeeld en ook worden workshops over themagericht beleggen georganiseerd.


Naast het Brede Spoor bevat het IMVB-convenant ook een Diep Spoor. Binnen het Diepe Spoor werken tien pensioenfondsen samen met de andere convenantspartijen gedurende de hele looptijd van het convenant aan zes specifieke projecten. De eerste twee projecten, gericht op het versterken van het engagement van pensioenfondsen, zijn in 2019 gestart. Het gaat hierbij om het vergroten van de invloed van pensioenfondsen in de dialoog met beursgenoteerde ondernemingen waarin zij beleggen en waar risico’s op samenleving (en milieu) geconstateerd zijn.


Investeren in Nederland

Pensioenfondsen investeren bovengemiddeld veel in Nederland. Dat is lang niet altijd goed zichtbaar voor de deelnemers terwijl het toch positief kan bijdragen aan het beeld dat zij van de pensioensector hebben. Komend jaar zal de Pensioenfederatie in samenwerking met een aantal pensioenfondsen hun investeringen in Nederland meer zichtbaar maken. Het is positief voor de sector als deelnemers weten dat met het pensioengeld ook wordt geinvesteerd in het Nederland van nu.


3.3.4 Keuzemogelijkheden deelnemers

We zien een groeiende wens bij deelnemers voor flexibiliteit. Om daar ruimte aan te geven is in bestaande pensioenregelingen al een aantal keuzemogelijkheden ingebouwd en daar komt met het gesloten pensioenakkoord de mogelijkheid van een eenmalige uitkering bij. Keuzemogelijkheden waarvan deelnemers nog lang niet altijd gebruik maken of van op de hoogte zijn.

Denk hierbij aan deeltijdpensioen, moment van pensionering, uitruil partner- en ouderdomspensioen en verschil in hoogte van pensionering. Daar kunnen deelnemers nu al gebruik van maken, alhoewel dat nog niet vaak gebeurt. Zoals beschreven onder ‘effectieve communicatie’ zal daar in 2020 meer aandacht voor komen in de communicatiemiddelen die door de Pensioenfederatie samen met de pensioenfondsen worden ontwikkeld.


In het Pensioenakkoord wordt aan het bestaande palet van keuzemogelijkheden de eenmalige uitkering toegevoegd. Daarmee krijgen deelnemers de mogelijkheid om op pensioendatum maximaal 10 procent van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen. Deze eenmalige uitkering bij pensionering kan in verschillende behoeften voorzien. Denk aan de aflossing van een hypotheek, een schenking aan kinderen voor de aankoop van een eigen woning of aan woningaanpassingen. Het uitgangspunt van de Pensioenfederatie is dat er ook na de eenmalige uitkering voldoende (levenslang) pensioen moet overblijven. Daarom dient de hoogte van de eenmalige uitkering begrensd te worden.


Meer keuzemogelijkheden voor deelnemers brengt ook met zich mee dat deelnemers meer ondersteuning behoeven bij het maken van die keuzes. Zo moet duidelijk zijn wat keuzes inhouden en wat de gevolgen voor de pensioenuitkering kunnen zijn. In 2020 zal de Pensioenfederatie samen met de leden bij de wetsbehandeling inzetten op een goede uitwerking van de eenmalige uitkering en bezien hoe dit meegenomen kan worden in de zorgambitie en hoe hierover effectief kan worden gecommuniceerd.


3.3.5 Pensioen voor alle werkenden

Alle werkenden willen na hun werkzame leven kunnen genieten van een goed pensioen. Maar dat is niet in alle gevallen goed geregeld. Het is een experiment waard om te bezien wat pensioenfondsen voor zzp’ers kunnen betekenen.

De Nederlandse arbeidsmarkt verandert en daarbij zien we een groeiende groep van inmiddels meer dan een miljoen zelfstandigen zonder personeel, die geen of onvoldoende pensioen opbouwen. Dat heeft inkomensrisico’s voor zzp’ers op latere leeftijd en kan leiden tot een onhoudbaar groot beroep op collectieve voorzieningen. Bovendien is een groeiende groep werkenden búiten de tweede pijler een risico voor het collectiviteitsgehalte bínnen de tweede pijler. Met name pensioenfondsen in sectoren met veel zzp’ers zien risico’s voor het toekomstige draagvlak en een mogelijke ‘race to the bottom’ op de arbeidsvoorwaarde pensioen. Dat maakt het onderwerp voor pensioenfondsen actueel en het zoeken naar een oplossing wenselijk.


De Pensioenfederatie is voorstander van tweede pijler pensioen voor alle werkenden. Vanuit dat standpunt zien wij ook kansen voor pensioenopbouw door zzp’ers binnen de tweede pijler. Automatische deelname met opt out gaat uit van vrijwilligheid waarbij zzpers worden gestimuleerd om een bewust een keuze te maken om niet mee te doen. Een aantal pensioenfondsen in sectoren met veel zzp’ers heeft al aangegeven hiermee te willen experimenteren en ontwikkelt daartoe samen met zzp vertegenwoordigers en andere stakeholders concrete plannen. De werkgroep Zzp van de Pensioenfederatie zal in 2020 samen met deze pensioenfondsen en betrokken stakeholders een voorstel voor uitwerken waarmee experimenteerruimte voor enkele pensioenfondsen mogelijk kan worden gemaakt.


3.3.6 Life events: pensioen bij scheiden en overlijden

Veranderingen in het leven, ook wel ‘life events’ genoemd, hebben grote impact op de financiële waarde van pensioen. Dat de grote keuzes en gebeurtenissen in het leven ook het pensioenresultaat beïnvloeden, is bij de meeste mensen nauwelijks bekend en vraagt om meer aandacht.

De Pensioenfederatie zet zich in voor het vergroten van het besef dat pensioen bij life events als scheiden en overlijden een belangrijk thema is. We richten ons daarbij zowel op meer aandacht hiervoor in wet- en regelgeving als op algemene communicatie richting het grote publiek.


Nabestaandenpensioen

Zorg voor nabestaanden is een belangrijke waarde in het Nederlandse pensioenstelsel. In het advies over nabestaandenpensioen dat eind 2019 door de Stichting van de Arbeid wordt uitgebracht aan de minister van SZW staat de impact van life events op het nabestaandenpensioen centraal. De vraag is welke gestandaardiseerde vorm van nabestaandenpensioen kunnen pensioenfondsen bieden op het moment dat een partner of ouder overlijdt? Pensioenfederatie werkt samen met de pensioenfondsen aan een standaard nabestaandenpensioen dat pensioenfondsen kunnen inzetten om beter aan te sluiten bij de behoeften van deelnemers en dat bovendien bijdraagt aan de begrijpelijkheid van het pensioen in het algemeen. Ook zal de Pensioenfederatie in 2020 betrokken zijn bij de verdere uitwerking en implementatie van de gekozen maatregelen rondom nabestaandenpensioen. Hiertoe wordt een werkgroep van leden ingericht waarin de benodigde disciplines vertegenwoordigd zijn.


Pensioen bij scheiding

Zelfs in een moeilijke situatie als echtscheiding is pensioen van betekenis. Het pensioen is vaak na het huis het grootste vermogen dat moet worden verdeeld. De evaluatie van de Wet verdeling pensioen bij scheiding (WVPS) leidt tot een aanpassing van het bestaande systeem. Waar partners tot op heden op pensioengebied ook na scheiding afhankelijk van elkaar blijven, verandert dat binnenkort. Bij de nieuwe verdeling van pensioen bij scheiding wordt conversie de standaard. Dat houdt in dat de ex-partner een eigen aanspraak krijgt op een deel van het pensioen van de deelnemer dat tijdens de huwelijkse periode is opgebouwd. Dit wordt standaard automatisch 50/50 verdeeld. De deelnemer raakt bij niets doen automatisch de helft van het pensioen (opgebouwd tijdens huwelijkse periode) kwijt en het is belangrijk dat de deelnemer zich daarvan bewust is.


De Pensioenfederatie bepleit dat de wet meer aansluit bij de behoefte aan financiële onafhankelijkheid van deelnemers en dat de wet regels bevat die voor deelnemers begrijpelijk zijn en voor pensioenfondsen zoveel mogelijk geautomatiseerd uitvoerbaar zijn. Daarbij is ook van belang dat andere processen zoals waardeoverdracht efficiënt uitgevoerd kunnen blijven worden. De inzet van de Pensioenfederatie richt zich ook bij dit onderwerp op beheersbare, doelmatige en automatiseerbare processen om aansluiting te houden bij één van de voordelen van collectieve pensioenregelingen: het kunnen uitvoeren van pensioenregelingen voor deelnemers tegen lage kosten.